Jarno Janssen: Dankzij Freddie Spencer in de motorsport

In de aanloop naar de Dutch TT brengt NTS RW Racing GP dagelijks een interview of reportage om een kijkje achter de schermen te bieden. Vandaag: teammanager Jarno Janssen ontmoet zijn jeugdheld Freddie Spencer.

NTS RW Racing GP-teammanager Jarno Janssen was een jaar of zes toen hij aan de hand van zijn vader meeging naar de TT en Freddie Spencer zag racen. De Amerikaan, de laatste die wereldkampioen werd in twee klassen in één seizoen (250cc en 500cc in 1985), werd de grote held voor Janssen. “Ik had posters van hem boven mijn bed hangen. Zonder Freddie Spencer had ik hier niet rondgelopen.” Alle reden dus om met Janssen op bezoek te gaan bij Spencer, die sinds dit seizoen voorzitter is van de commissie van FIM-stewards die de penalty’s uitspreekt als coureurs over de schreef gaan op de baan.

Jarno Janssen: Ik keek mijn ogen uit als klein menneke bij de TT. Alles was even geweldig, maar Fast Freddie sprong er bovenuit. Dankzij jou ben ik gaan racen en uiteindelijk teammanager geworden.

Freddie Spencer: Ik vind het geweldig om dat te horen. Het is bijzonder om een inspiratie te zijn geweest voor iemand die dan ook nog in de Grand Prixs terecht is gekomen. En heel leuk om je dan nu tegen te komen in hetzelfde paddock, waar jij op jouw manier ook weer iets terug doet voor de sport die ons zoveel heeft gebracht.

Jarno Janssen: Je was al een tijdje weg uit de racerij. Wat heeft je doen besluiten om terug te komen? En waarom juist in deze rol?

Freddie Spencer: Ik ben blij dat ik iets terug kan doen voor de sport. Ik was inderdaad al een tijdje weg, maar ik ben altijd betrokken gebleven. Dat ik werd gevraagd om voorzitter te worden van de jury was een verrassing. Daar had ik zelf nooit aan gedacht, maar het is wel een rol die me past, juist omdat ik nooit verzeild ben geraakt in een rol als teammanager. Ik ben neutraal en met mijn ervaring kan ik iets toevoegen. Ik begrijp hoe coureurs denken. Maar misschien is mijn ervaring van ná mijn actieve carrière nog belangrijker. Ik heb jarenlang een race-school gehad. Daardoor heb ik een ander en breder perspectief. Ik vind het geweldig om jonge coureurs iets bij te brengen. En ik begrijp hoezeer het racen anderen iets geeft, hoe het een inspiratie is voor jonge mensen.

Jarno Janssen: In jouw tijd was er nog geen jury, er werden niet of nauwelijks straffen uitgedeeld. Ook in mijn tijd moest je het wel al heel bont maken wilde er een penalty tegenover staan. Als je terugkijkt, zijn er dan momenten waarop je jezelf een penalty zou geven?

Freddie Spencer: Vast wel. Er wordt nog steeds gesproken over de race in Zweden waarin Kenny Roberts en ik een fel duel uitvochten. Het uiteindelijke gevolg van die race was dat ik wereldkampioen werd en hij niet. Het was op het scherp van de snede, maar wel fair. We hebben elkaar niet geraakt. Dat is wel een groot verschil: in vergelijking met toen is er nu veel meer interactie op de baan. Alles zit dichter bij elkaar, de competitie is veel feller, dus het is niet verwonderlijk dat coureurs elkaar wel eens raken. In het heetst van de strijd kan er veel gebeuren. Dat is racen. Ik ben opgegroeid met dirt track-racen; daar zit ook alles dicht bij elkaar. Ik denk dus wel dat ik goed het onderscheid kan maken.

Jarno Janssen: Jonge coureurs nu staan onder enorme druk. Ze moeten presteren, hebben maar beperkte tijd. In mijn tijd was het ook niet gemakkelijk, maar zolang je zelf sponsorgeld meebracht, kon je racen. Was dat in jouw tijd anders?

Freddie Spencer: Dat denk ik niet. Ik ken de worstelingen van een 16-, 17-jarige die als een volwassene wordt beoordeeld en beschouwd. Ik was ook op Grand Prix-niveau altijd de jongste. Tot aan Marc Marquez was ik nog altijd de jongste GP-winnaar en -wereldkampioen. Ik werd op dezelfde manier bekeken als coureurs die jaren ouder waren en veel meer ervaring hadden. Het valt niet mee om ‘het supertalent’ te zijn en op een voetstuk te staan. Daarmee omgaan vraagt heel veel van jonge mensen. Wat wel is veranderd is dat je nu social media en veel meer media-exposure hebt. Ook dat legt een enorme druk op jonge coureurs. Ik hoefde maar met één ding rekening te houden en dat was racen. De coureurs van nu hebben veel meer verplichtingen. Ik benijd ze niet en heb bewondering voor de teammanagers die vanuit hun positie óók met die druk moeten omgaan.

Jarno Janssen: Dat valt ook inderdaad niet mee. Als team ben je afhankelijk van sponsors en die willen graag successen zien. De verwachtingen zijn enorm hoog en dan valt het al snel tegen. Maar juist omdat het allemaal zo dicht op elkaar zit, is het ook moeilijker geworden voor een coureur om succesvol te zijn, denk ik. Het hangt van zoveel factoren af. Als er succes is, ligt het aan de coureur, als het tegenzit, ligt het aan alles er omheen en krijg ik het als teammanager op mijn bord.

Freddie Spencer: Precies! En als die coureur niet meteen aan de verwachtingen kan voldoen, om wat voor reden ook, haken sponsors af en wordt het nog moeilijker. Je komt in een vicieuze cirkel te zitten. Racen vandaag de dag is big business geworden, en daarin hebben we allemaal een verantwoordelijkheid: de coureurs, de teams, de sponsors, de circuits. Ook wij als stewards: het is onze taak om de best mogelijke situatie te creëren voor de rijders om hun werk te doen. Dat doen we door duidelijk, eerlijk en eenduidig te zijn. We dragen allemaal op onze eigen manier bij aan de geweldige competitie die er nu is. Het is fantastisch om daar deel van uit te maken.